r_16_0 — w_rules
VOG — Vinco Online Games
Basisregels
Filler is een spel op een bord met gekleurde vakjes. Het is bedacht door Dmitri Pasjkov: het verscheen in 1990 bij Gamos voor MS-DOS, in het Westen kent men het als „7 Colors”, en in 1996 maakte Aleksandr Vikoelin een Windows-versie met een bord van zeshoeken. Tegenwoordig wordt het gespeeld in GamePigeon.
Doel
Elke speler heeft een gebied: een aaneengesloten groep vakjes die vanuit zijn eigen hoek van het bord groeit. Wie aan het eind van de partij het grootste gebied heeft, wint.
De zet
Een zet is een kleur kiezen. Je hele gebied krijgt die kleur en neemt alle vrije aangrenzende vakjes van dezelfde kleur op, en daarna de vakjes van die kleur die verderop in de keten liggen. Vakjes van de tegenstander worden nooit veroverd: wat hij heeft, blijft van hem.
- Je mag je huidige kleur en de huidige kleur van de tegenstander niet kiezen.
- Een zet die niets verovert is toegestaan. Soms is dat zelfs de beste zet: je bezet een kleur die de tegenstander nodig heeft, en die kan hij bij zijn volgende zet niet kiezen.
- Passen mag niet.
Met twee spelers kan de tegenstander niet twee zetten achter elkaar dezelfde kleur houden, dus elke kleur is uiterlijk een zet later weer beschikbaar.
Eigen gebieden
Grenst een vrij deel van het bord alleen aan jouw gebied, dan kan de tegenstander het niet meer bereiken. Zo'n gebied wordt meteen van jou, zonder op zetten te wachten. Een stuk van het bord afsnijden van de tegenstander is de belangrijkste manier om snel vakjes te winnen.
Einde van de partij en de evenaar
De partij is afgelopen zodra de leider meer vakjes heeft dan de tegenstander zelfs in het gunstigste geval kan bereiken: alles wat de tegenstander heeft plus alle vrije gebieden die hij nog kan bereiken. Een besliste partij wordt niet uitgespeeld. Met twee spelers betekent dit dat de leider de evenaar is gepasseerd: hij heeft meer dan de helft van het bord. Boven het bord zie je hoeveel vakjes je nodig hebt om te winnen, en bij elke speler staat hoe ver hij nog van de evenaar is en hoeveel hij voor of achter staat op de tegenstander.
De partij is ook afgelopen als er geen vrije vakjes meer zijn. Bij een gelijk aantal is het remise.
Een match op één bord
Varianten met rating worden gespeeld als een match van twee partijen op precies hetzelfde bord: in de tweede partij wisselen de spelers van hoek en begint de andere speler. Zo valt het geluk van de kleurverdeling weg: elke speler krijgt één keer de gunstige hoek. Tussen de partijen drukt elke speler op „Klaar voor de volgende partij”.
- Een partij levert 1 punt op voor winst en ½ voor remise.
- Met 2–0 of 1½–½ win je de match.
- Bij 1–1 wint wie over beide partijen samen de meeste vakjes heeft. Bij een gelijk totaal eindigt de match in remise.
Spelen aan tafel
De kleurknoppen staan onder het bord. Beweeg de muis over een knop en het bord markeert de vakjes die die kleur zou pakken; de tooltip zegt hoeveel het er zijn. Verboden kleuren zijn gedimd, en de tooltip legt uit waarom. Met het toetsenbord kies je een kleur met de toetsen 1–9. Zijn de kleuren lastig uit elkaar te houden, zet dan de kleursymbolen aan in de „Opties” van de tafel.
Tijd en opgeven
De klok werkt zoals bij schaken: een tijdsbank voor de hele match plus een increment voor elke zet. Wie door zijn tijd heen is, verliest de match. Met de knop „Partij opgeven” geef je één partij van de match op — de volgende partij wordt toch gespeeld; de hele match geef je op met de gewone knop van de tafel.
Rating
De rating wordt alleen voor de match berekend, niet voor losse partijen. Winst met 2–0 of 1½–½ is een volle overwinning; winst bij 1–1 op het totaal aantal vakjes is minder waard: 0,6 punt tegen 0,4. De varianten Snel 8×7, Klassiek 15×15, Zeshoeken 13×11, Met z’n vieren en Duo’s hebben een eigen rating; de andere varianten zijn zonder rating.
Varianten
Alle varianten volgen deze basisregels; wat er per variant verandert, staat in een eigen onderwerp: snel 8×7, klassiek 15×15, zeshoeken 13×11, Vinco, ruiten, groot bord 21×21, obstakels en muren, waardevolle vakjes en verf, drie startpunten, met z’n vieren, duo’s, oefenen.